De prehistorische vuursteenmijnen van Rijckholt - St. Geertruid

prev

Thumbnails-index

next

Ontwikkeling van de begrenzing in enkele onderzochte prehistorische vuursteenmijnen.
Er is een duidelijke ontwikkeling te zien  in de lengte van galerijen en de oppervlakte van de mijnvelden, die samenhangt met de diepte van de schacht.
De kleinste mijnvelden bestaan in feite uit maar één galerij (zie schacht 4). Terwijl de grootste mijnvelden uit een complex van galerijen bestaan (die schacht 29).
Tussen deze twee uitersten kan men echter vele overgangen aantreffen.
Er zit een logisch systeem in.
Galerij "a" werd waarschijnlijk gemaakt om een verbinding tot stand te brengen tussen twee mijnvelden.
Galerij "b" werd in het verlengde van galerij "a" aan de andere kant van de schacht gemaakt met het doel het te ontginnen mijnveld te ontsluiten.
Naarmate de te ontginnen oppervlakte toenam, nam ook het aantal galerijen toe, zodat uiteindelijk een zo ingewikkeld systeem ontstond als bij schacht 29.
Het basisprincipe bleef echter, eerst ontsluiten (galerij "a" en "b") en daarna verder exploiteren via zich splitsende galerijen
totdat de benodigde hoeveelheid vuurstenen gedolven waren of de beschikbare ruimte opgevuld raakte met afval.
Uiteraard speelden de geologische omstandigheden bij de wijze van exploiteren een belangrijke rol.
De vorm van de mijnvelden en de richting van de galerijen  is mede hierdoor bepaald.

Ontwikkeling van de begrenzing in enkele onderzochtevuursteenmijnen te Rijckholt

Thumbnails-index

© 1999 Peter Bosch en 'Werkgroep voor het Onderzoek van de Prehistorische Vuursteenmijnen'